De échte impact van Brexit op de Britse economie (update 2026)
Op een grijze ochtend in 2026 opent een Britse exporteur zijn boekhouding. De marges zijn dunner, de wachttijden langer, de papierstapel hoger. Niet door één schok, maar door jaren van kleine fricties die zich hebben vastgezet in het systeem.
Brexit blijkt geen afgesloten hoofdstuk, maar een decor waarin de economie dagelijks moet opereren. Wat ooit een belofte was, voelt nu als een vaste randvoorwaarde. De cijfers laten zien hoe diep dat doorwerkt.
Dit artikel gaat niet over het referendum van 2016. Het gaat over wat er nu gebeurt met inkomens, handel, investeringen en arbeidsmarkt — en waarom de echte gevolgen pas jaren later zichtbaar werden.

Wat bijna iedereen verkeerd begrijpt over Brexit
De veronderstelling was simpel: zodra het VK de EU had verlaten, zou de economie zich aanpassen en weer doorgroeien.
Wat economen in 2025–2026 vaststellen, is het tegenovergestelde. De schade stapelde zich langzaam op, jaar na jaar, via lagere investeringen, minder handel en structureel lagere productiviteit.
Volgens het Britse Office for Budget Responsibility ligt de Britse productiviteit op lange termijn ongeveer 4% lager dan wanneer het VK in de EU was gebleven. De totale handel (import én export) ligt structureel circa 15% lager.
Brexit in cijfers: wat weten we zeker in 2026?
Na bijna tien jaar data kunnen onderzoekers eindelijk harde conclusies trekken.
- BBP: Het Britse bbp ligt in 2025–2026 naar schatting 6–8% lager dan in een scenario zonder Brexit.
- Investeringen: Bedrijfsinvesteringen zijn 12–18% lager dan verwacht.
- Werkgelegenheid: Totaal aantal banen ligt 3–4% lager.
- Productiviteit: Structureel 3–4% lager.
Belangrijk detail: deze effecten kwamen niet in één klap. Ze bouwden zich langzaam op doordat bedrijven investeringen uitstelden, hoofdkantoren verplaatsten en complexe EU‑handel vermeden.
Handel: geen tarieven, wél frictie
Een hardnekkige mythe is dat het handelsprobleem ‘meevalt’ omdat er geen tarieven zijn tussen het VK en de EU.
De realiteit in 2026: niet‑tarifaire barrières zijn de echte kostenpost. Denk aan douaneformulieren, oorsprongsregels, sanitaire keuringen en administratieve vertragingen.
Volgens officiële ONS‑cijfers bedroeg de totale Britse export in 2024 £893,2 miljard. De groei kwam vrijwel volledig uit diensten; de goederenexport bleef structureel achter, vooral richting de EU.
De EU blijft ondanks alles de grootste handelspartner van het VK. Juist daarom zijn kleine fricties economisch groot.
De arbeidsmarkt: minder EU‑migratie, andere tekorten
Een van de duidelijkste structurele veranderingen zie je op de arbeidsmarkt.
In het jaar tot juni 2025 verlieten netto ongeveer 70.000 EU‑burgers het Verenigd Koninkrijk. Dat patroon zet zich door in 2026.
Die uitstroom werd deels gecompenseerd door migratie van buiten de EU, maar dat loste specifieke tekorten niet op. Sectoren als zorg, landbouw, horeca en logistiek blijven kampen met personeelstekorten.
Heeft Brexit ook iets opgeleverd?
Ja — maar minder dan vaak werd beloofd.
Het VK sloot sinds 2021 tientallen handelsovereenkomsten. In de praktijk ging het vaak om het ‘doorrollen’ van bestaande EU‑akkoorden. Nieuwe deals, zoals met Japan, leveren volgens overheidsramingen slechts +0,1% bbp op verspreid over 15 jaar.
De verwachte exportexplosie richting Azië, Afrika of Noord‑Amerika is uitgebleven.
De reset met de EU: wat verandert er na 2025?
In mei 2025 kondigden het VK en de EU een politieke ‘reset’ aan. Denk aan betere samenwerking op defensie, energie en mogelijk voedselstandaarden.
Economisch zijn de effecten voorlopig beperkt. Zelfs een versoepeling van voedsel‑ en dierenregels (SPS‑akkoord) zou volgens economen slechts een klein macro‑effect hebben.
Waarom dit verhaal in 2026 nog steeds niet ‘klaar’ is
Brexit heeft geen einddatum.
Het is ingebakken geraakt in lagere productiviteit, minder investeringen en een structureel kleinere economie. Dat merk je niet in één kwartaal, maar wel in stagnerende lonen, hogere prijzen en minder budgettaire ruimte.
De echte vraag is daarom niet meer “was Brexit goed of slecht?”
De vraag in 2026 is: hoe groot is de prijs die het VK bereid is blijvend te betalen — en wat wil het daar nog tegenover zetten?






